In een wereld die raast, werd ik zacht

Over de prijs van aanpassing en het thuiskomen in je eigen ritme

Sahabti,
wat gebeurt er met een gevoelig brein in een wereld die alleen maar roept: yallah yallah?

Bij mij begon het te wringen op plekken waar alles snel, strak en zichtbaar moest.
Waar stilte werd verward met onzekerheid,
en zachtheid met zwakte.

Maar ik functioneer niet op knopdruk.
Mijn binnenwereld is van het shwia b shwia.
Van voelen voordat ik beweeg.
Van rusten in nuance.

Het werd een zoektocht,
van me plooien tot thuiskomen bij mezelf.
Niet omdat ik niet mee kon —
maar omdat het ritme van buiten niet klopte met dat van binnen.

Safi.
Ik viel uit.
Niet omdat ik zwak was,
maar omdat ik mezelf kwijtraakte in een vorm die mij niet kende.

Ik schrijf dit niet om te klagen, la la.
Ik schrijf omdat ik bghit nfham.
Wat het me heeft geleerd. Wat het me stilletjes heeft gegeven.

Soms voelt mijn leven — 45 lentes lang —
als een doek vol patronen:
niet strak gestreken, maar rijk.
Met kleuren, vouwen, rafels — mashi perfect, maar echt.

Wat ik heb meegemaakt zegt iets.
Maar hoe ik keek, voelde, vroeg…
dat bepaalde de toon van mijn bestaan.

Ik zag soms iets wat anderen lieten liggen.
Stelde vragen die niet iedereen stelde.
Voelde wat nog niet uitgesproken was.

Als kind op het Kaapseplein
werden deuren vaak vanzelf geopend.
Letterlijk én figuurlijk.

Zoals die zomer in Bergen op Zoom,
toen mijn nichtje zei: “Die buurvrouw is een non.”
Wallah, ik vond het magisch.

We belden aan.
Ze nodigde ons uit, zette thee,
liet foto’s zien van haar ceremonie.
Ik begreep het niet helemaal,
maar ik voelde: dit is bijzonder.

Dat soort openingen kwamen niet uit het niets.
Mensen voelden mijn aandacht.
Mijn ruimte.

Maar in de grote-mensen-wereld
werden andere dingen gevraagd.

Op kantoor draaide het om tempo, resultaten, overlegstructuren.
Mijn traagheid werd lastig.
Mijn zachtheid onhandig.

Ik probeerde nog harder.
Tot ik voelde: ya bent nass, dit kost me iets essentieels.

En dus keerde ik terug.
Niet naar vroeger.
Maar naar wie ik altijd ben geweest.

De trage.
De voelende.
De stille denker met het volle hart.

Zonder verontschuldiging.
Zonder verklaring.

Langzaam begon ik weer te ademen.
Mijn ritme herontdekken.
Zachtheid werd richting.
Rust werd houvast.
Alsof ik opnieuw leerde lopen
op een vloer die dit keer wél met mij meebewoog.

Ik ging schrijven.
Als adem.
Als ruimte maken voor wie het ook zo voelt.

Ik leerde bewegen tussen werelden.
Soms systeem. Soms ziel.
Soms lijstjes. Soms stilte.

Mijn ervaring werd gelaagd.
Niet ondanks de moeilijkheden,
maar juist door alles wat ik onderweg moest loslaten.

Ik denk aan al die plekken waar ik me nét iets te gevoelig voelde —
maar waar ik, achteraf, iets bracht dat stil bleef hangen.
Niet meetbaar,
maar voelbaar.

Zoals de geur van khobz in de gang,
uren nadat het al uit de oven is gehaald.

Wat me toegang gaf,
sloot me later ook buiten.
Wat me zacht maakte,
maakte me ook wijs.
Wat me uitsloot,
bracht me terug bij mezelf.

En nu —
voel ik iets verschuiven.

Ik ben niet alleen de luisteraar.
Ik ben ook een stem.

Niet om gelijk te halen.
Maar omdat er iets gegroeid is
dat mag worden gedeeld.

Geen bewijs meer.
Geen strijd.
Gewoon een natuurlijk gevolg.

Zoals lente overgaat in zomer.
Zoals bloei komt na blijven.

Ik ben niet onaf.
Ik ben.

En dat is genoeg.
Voor mij.
En misschien ook — langzaam —
voor een wereld die leert vertragen.

Sahabti,
herken jij jezelf hierin, een beetje?

Misschien heb jij ook zo’n moment gekend —
waar je voelde dat jouw binnenwereld
niet meer synchroon liep met de snelheid om je heen.

Als je wilt, deel het met me.
In een berichtje, een herinnering, een gedachte die opkomt.

Wie weet mag jouw ervaring straks meeklinken
in een volgend verhaal.
Of groeit er een podcast uit —
een stem tussen stemmen,
die samen iets zachts in beweging zetten.

Bghit nsem3a mnek.
Altijd welkom.🧕🏻